Informatie & achtergronden

Wat maakt een fles écht duurzaam? Hoe verhouden RVS, glas en bioplastic zich tot elkaar? En wat doen merken om hun impact op de planeet te verkleinen? Deze pagina biedt achtergrondinformatie voor wie zich wil verdiepen in de wereld van duurzame drinkflessen.

Veelgestelde vragen

18/8 RVS bestaat uit 18% chroom en 8% nikkel, en voor de rest vooral uit ijzer en kleine hoeveelheden andere metalen zoals mangaan. Deze samenstelling maakt het staal sterk, roestbestendig en veilig voor gebruik met eten en drinken – en het wordt daarom veel gebruikt in bijvoorbeeld drinkflessen en drinkbekers.

Andere veelvoorkomende varianten zijn 18/10 (met iets meer nikkel voor extra glans en corrosiebestendigheid) en 18/0 (zonder nikkel dus iets minder allergiegevoelig, maar ook minder roestvast).

RVS is goed recyclebaar en gaat lang mee, maar de productie vergt kostbare metalen en veel energie, en er komen allerlei giftige stoffen bij vrij. Daardoor is een RVS-fles pas duurzamer dan een plastic wegwerpfles als je hem vaak en lang gebruikt. Zo’n 10 tot 30 keer zeggen sommigen. Volgens anderen ligt het ‘break-even-point’ bij maar liefst 500 keer. En de Consumentenbond heeft het zelfs over 36 jaar, of 70 jaar voor een dubbelwandige RVS-thermosfles.

Biobased betekent dat een product (deels) is gemaakt van hernieuwbare, plantaardige grondstoffen, zoals suikerriet, maïs of hout. Het zegt iets over de oorsprong van het materiaal – niet over wat er na gebruik mee gebeurt. Een biobased fles is dus niet automatisch biologisch afbreekbaar.

Biologisch afbreekbaar betekent dat een materiaal door bacteriën of schimmels kan worden afgebroken tot natuurlijke stoffen, zoals water en CO₂. Dit zegt iets over het einde van de levensduur, en niet over waar het van gemaakt is. Een biologisch afbreekbare fles is dus niet per se biobased.

Dat hangt ervan af. Sommige biobased kunststoffen – zoals bio-PE – zijn chemisch identiek aan plastic uit aardolie. Ze hebben dus dezelfde eigenschappen: sterk, voedselveilig, goed te recyclen. Deze vorm wordt dan ook het vaakst gebruikt voor herbruikbare drinkflessen.

Andere bioplastics – zoals PLA – gedragen zich anders: ze zijn bijvoorbeeld minder hittebestendig en minder geschikt voor langdurig gebruik.

Let op: biobased zegt iets over de herkomst van het materiaal, niet over de kwaliteit of wat ermee gebeurt ná gebruik.
En biobased betekent niet automatisch dat het plastic ook biologisch afbreekbaar is.

Een drinkfles van biobased plastic – zoals bio-PE uit suikerriet – is duurzamer dan een plastic wegwerpflesje, maar alleen als je hem vaak genoeg gebruikt. Volgens sommigen bereik je al milieuwinst ten opzichte van een wegwerpfles na ongeveer 10 tot 30 keer gebruik. En hoe vaker je de fles gebruikt, hoe duurzamer hij wordt. Biobased zegt trouwens alleen iets over de herkomst van het materiaal, niet over hoe snel het afbreekt.